Een 40 jarige vrouw kwam bij mij in behandeling voor ernstige vermoeidheid. De klachten waren al tien jaar geleden begonnen met steeds erger wordende moeheid- en uitputtingsaanvallen. Vaak was de buik opgezet. De laatste 4 jaar was zij invalide en kreeg een W.A.O.-uitkering. Klinisch kon er niets gevonden worden en daardoor werden haar klachten bestempeld als 'psychisch'. Bezoeken aan psychiaters leverden niets op.

Biologische testen leverde het volgende beeld op. Er waren duidelijk enkele parasietsoorten (flukes) actief in haar lichaam met daarbij een stevige schimmelbelasting. Daarbij was er een voedingsallergie ontwikkeld (tarwe en chocolade) en waren er tekorten aan voedingsstoffen te vinden door opnamestoornissen in de darmen. Darm-, lever- en immuniteit hadden duidelijk te lijden van deze parasitaire belasting. Naar aanleiding van dit beeld begonnen wij met de therapie.
In eerste instantie voelde zij maar een summiere verbetering. Echter na 5 à 6 sessies begon ze iets meer energie te krijgen en kon ze weer enkele uren per dag wat activiteiten ontplooien. Na 10 behandelingen was ze tevreden met het bereikte resultaat en sprak ze af weer contact op te nemen als zij dit nodig achtte.