Martine, een vrouw van 59 jaar, had twee keer een degeneratieve celontwikkeling in haar baarmoeder gehad, dat wil zeggen een PAP-3B-test, die behandeld was door de gynaecoloog. Hij paste daarvoor licentie en konisatie toe. Nu ontwikkelde zich voor de 3e keer degeneratief weefsel in de uterus, met een uitslag van PAP 3A.

Martine kwam ten einde raad bij mij en vroeg mij eens oorzakelijk te testen en te behandelen. Zij kwam in februari 2006 in behandeling. Met B.F.D.-testen bleek dat zij een recidiverend Hepatitis C-virus meedroeg van een ernstige infectie uit 2005. Verder vond ik trichomonas en enkele schimmels in haar gynaecologisch gebied, evenals 2 sterk pathogene parasieten (Fasiolopsis buski en Fasciola hepatica). Verder vond ik de leverfuncties verzwakt en bij de darmen een lichte tendens tot slechte eiwitvertering. Toxische belasting was niet hoog maar wel aanwezig namelijk enkele verfstoffen en zware metalen.
Bovenstaande was genoeg reden tot inzetten van een adequate en oorzakelijke therapie. Wij begonnen met het versterken van de algemene conditie, later ontgiften (waar ze duidelijk op reageerde), ontschimmelen, deparasiteren en het wegwerken van het actieve virus (weer even koortsreactie).
In augustus kon ze melden dat de gynaecoloog een goede PAP- uitslag kon geven (PAP-1), welke in februari weer bevestigd kon worden. Martine was natuurlijk blij met de uitslagen en had nu ook een klinische check, dat we op de goede weg zitten. Nu blijft zij bij me onder controle.