Mijn naam is Rudy en ben nu 61 jaar. Vanaf november 2006 (was toen 56 jaar) werd geleidelijk mijn concentratievermogen en energie minder. Ik had dag in, dag uit zware hoofdpijn. In februari 2007 was ik zo moe, dat ik mijn bezigheden en dagelijkse ritten van Deventer naar Amsterdam niet langer volhield. Ik ben daarmee gestopt nadat ik af en toe in de file in slaap dommelde. Vanaf dat moment liet ik geleidelijk het leven los.

Mijn energie was snel op. Kreeg last van tremor in beide handen en later ook in mijn armen. Zware hoofdpijn , evenwichtsstoornis, wisselend gedrag. Mijn verstandelijk vermogen ging achteruit, vergat alles, kon niet goed meer rekenen en schrijven. Ik ging knoeien met eten en brak koffiekopjes. Allerlei klusjes in huis mocht ik van mijn vrouw niet meer doen omdat ik er met de pet naar gooide. Autorijden kon ik niet meer.

Ik ging apathisch door het leven. Het kon mij allemaal niets meer schelen. Mijn verantwoordelijkheden werden door mijn vrouw overgenomen. Ineens werd zij mijn mantelzorger. Het klinkt gek maar voor mij werd het leven gemakkelijk en zorgeloos. Voor mijn vrouw werd alles alleen maar zwaarder en zorgelijker.

In maart 2007 hadden we onze huisarts bezocht, die aan een ernstige burn out dacht. Daarna zijn we enkele keren bij een neuroloog in het ziekenhuis geweest, die op ons dringende verzoek in juni een MRI-scan van mijn hoofd liet maken. Daar was echter niets verontrustends op te zien. Het viel volgens hem allemaal nogal mee en hij adviseerde mij als ik er over een 1/2 jaar nog last van had, dan moest ik nog maar eens terugkomen. Ondertussen waren mijn klachten alleen maar verhevigd. Volgens hem kon het wel eens een psychisch probleem zijn. De huisarts verwees mij door naar een psychiater.

Het was inmiddels augustus 2007 toen ik na enkele tests en een gesprek met de psychiater te horen kreeg dat ik leed aan de ziekte van Pick en dat ik nog één tot acht jaar te leven had. De ziekte van Pick (jeugdige dementie) is kort gezegd een progressieve aandoening van de frontale hersenkwab, waarbij de hersencellen geleidelijk afsterven. Volgens hem was er niets aan te doen. Hij adviseerde ons terug te gaan naar de neuroloog. Dat was dus behoorlijk schrikken. Er volgde verder geen enkele begeleiding.

We hadden het gevoel te zijn vastgelopen. Daarna hebben we twee trajecten bewandeld. Ten eerste zijn we, via mijn broer, naar de natuurgeneeskundige praktijk van Rogier Zwijsen gegaan, waar we direct terecht konden voor behandelingen. Dat was in september 2007.

Ten tweede hadden we contact opgenomen met het Alzheimercentrum van het VU ziekenhuis in Amsterdam voor een second opinion. We konden daar pas in december 2007 terecht voor een eerste afspraak.

Toen we naar Amsterdam gingen, hadden we al 3 maanden elke week behandelingen en medicijnen van Rogier achter de rug en was er een lichte verbetering merkbaar. Bij het Alzheimer-centrum zijn we vier keer geweest. Ik heb diverse onderzoeken, tests en scans gehad. De vierde keer kregen we de uitslag. De conclusie was dat er iets niet goed was, maar ze konden er niet echt de vinger op leggen. Bij de ziekte van Pick was alleen maar achteruitgang mogelijk en geen verbetering. Ons werd geadviseerd om na een jaar nog eens terug te komen voor hetzelfde onderzoek, ter vergelijking. Dat hebben we echter nooit gedaan.

Vanaf dat moment hebben we ons geconcentreerd op de behandelingen van Rogier. Iedere week reden we naar Driebergen. Elke week kreeg ik bioresonantie-therapieen, ontgiftingen, neurologische behandelingen en acupunctuur. Later ook darm- en leverreinigingen. Uit een voedselintolerantie-test volgde een streng dieet. Verder kreeg ik een aantal homeopatische geneesmiddelen. Het vertrouwen nam toe. Gelukkig betaalde onze ziektekostenverzekering voor een deel mee. Ondanks een aantal ups en downs ging het langzaam beter met mijn gezondheid. We bezochten Rogiers praktijk later elke twee weken, daarna om de drie of vier weken.

Vanaf december 2010 kreeg ik ook behandelingen met de ‘Doug spoelen’, frequentie therapie. In maart 2011 versnelde het genezingsproces ineens behoorlijk. Ik hoefde niet meer te rusten, mijn verstandelijk vermogen werd beter, ik reageerde weer alerter, de tremor nam af en mijn handschrift was weer als vanouds. Mijn geheugen werd weer beter, maar is nog niet echt goed. Ik kan weer tekenen en schilderen. Inmiddels rij ik ook weer auto. Alsof het leven opnieuw is begonnen. Voorlopig blijf ik nog wel onder behandeling, want ik heb nog een weg te gaan.